Bij de positie van de camera/beeldkader hou je rekening met het volgende:
  1. Close up: is goed om de expressie te tonen.
  2. Longshot (ver weg): is goed om de actie te tonen.
  3. Centraal: plaats de actie centraal of dicht tegen het centrum.
  4. Timing: de hoofdpersonage mag geen afleiding hebben door andere animaties (1 per 1).
  5. Idee/gedachte in de verf zetten: Denk goed na of alle objecten wel nodig zijn?

Close up:

Longshot:

Centraal:

Plaats de hoofdpersoon centraal of 1/3 van het scherm (links of rechts). Niet tegen de rand, vaak te weinig beweegruimte.

Timing:

Niet teveel animaties tegelijkertijd tonen, de kijker weet niet naar wat eerst te kijken.

Idee:

Hou enkel de nodige objecten, sommige zijn niet essentieel.