De werking van het oog

Wij ervaren film als bewegend beeld, omdat onze ogen niet snel genoeg zijn om de losse beeldjes van elkaar te kunnen onderscheiden. Dit is gebaseerd op het feit dat een beeld nog een tijdje in onze ogen blijft hangen. Als je in een felle lamp kijkt en dan je ogen dicht doet, zie je het licht van die lamp nog aan de binnenkant van je oogleden. Zo werkt film eigenlijk ook, als het eerste beeldje nog niet is weggevaagd, verschijnt het volgende beeldje al en plakken onze hersenen de beeldjes aan elkaar.

Als een film te langzaam wordt afgespeeld zal het beeld heel erg schokken, omdat we dan nog wel de verschillende plaatjes zien langskomen. De richtlijn hiervoor is ongeveer 24 beeldjes per seconde, dan ervaren wij het als een vloeiend bewegend beeld. Om een logische beweging te krijgen moeten de beeldjes telkens miniem van elkaar verschillen. Hoe kleiner de verschillen, hoe vloeiender de beweging.

Heden

Voor veel jongeren is de videowebsite YouTube dagelijks voer. Ook volwassenen delen met plezier leuke films via sociale netwerksites. Het hoeft allemaal al lang niet meer zo professioneel te zijn.

De gebruiker produceert zelf zijn eigen films. De grens tussen “consument” en “producent” vervaagt en versmelt zodat sommigen zelfs de term “prosumer” hebben ingevoerd. Tijdens de Arabische lente waren videowebsites zoals YouTube en socialenetwerksites vaak een enige manier om straatprotest in beeld te brengen en het “echte” nieuws tot in ieders huiskamer te brengen. De film maakte een razendsnelle evolutie door.

Tijdlijn

Gedetailleerde tijdslijn

De eerste illusies van beweging

Thaumatroop (1824)

Fenakistiscoop (1831)

Zoötroop (1834)

Praxinoscoop (1877)

Het begrip ‘film’ puur als weergave van de werkelijkheid, het is een illusie van bewegende beelden. Eén van de eerste geslaagde pogingen om beweging vast te leggen, kwam van de Amerikaan Muybridge in 1878. Met een reeks fototoestellen schoot hij meerdere beelden in een seconde van een voorbij rennend paard.

Wanneer men die foto’s snel na elkaar bekeek met een aangepast apparaat, kreeg men de illusie van beweging.

Opdracht 1: Teken een animatie op wiel

De fenakistiscoop zelf is in feite een papier-disc met animaties frames op het. Een reeks van "slots" tussen de frames kan de gebruiker het doorzien. De schijf is vastgesteld op een apparaat dat toestaan hem te draaien vrij.

We gaan 12 frames tekenen en importeren in Illustrator. Download hier het startbestand van Illustrator, er is plaats voor 12 foto's.

Om het te gebruiken, moet u gebruik van een spiegel. U zet de schijf geconfronteerd met een spiegel, dan u zoeken binnen de "slots", terwijl de schijf draait. Dankzij de "slots" ziet u de lus animatie.

Je vind meer resultaten onder de Engelse benaming 'phenakistoscope'.

Cinématographe (1892)

Léon Bouly is erkend als de échte uitvinder van de cinématographe. In 1892 verkreeg hij een patent op het apparaat. Bouly had echter weinig geld en kon zich na twee jaar zijn patent niet meer veroorloven. Het patent werd overgenomen door de gebroeders Lumière, die met dit apparaat de film populair maakten bij het grote publiek.

Kinetoscoop (1893)

In 1893 werd de kinetoscoop aan het grote publiek getoond door Thomas Edison. Al is de kinetoscoop waarschijnlijk uitgevonden door William Kennedy Laurie Dickson, die bij Edison in dienst was. De kinetoscoop was vooral voor vermaak bedoeld. De bezoeker keek door een heel klein gaatje heen en zag aan de andere kant een plaatje,

Edison maakte in 1896 de eerste bewegende beelden met de kinetoscoop.

De filmpjes duurden ongeveer een minuut en het kostte de bezoeker ongeveer 25 cent in een kinetoscoopsalon. De kinetoscoop was ook geliefd bij circussen en kermissen. De kinetoscoop kon niet projecteren en er kon maar één bezoeker tegelijkertijd naar de vertoning kijken wat natuurlijk niet erg praktisch is.

Vitascoop (1896)

Edison verbeterde de machine en hernoemde het tot de vitascoop.

Nauwelijks een paar jaar later zou de goochelaar Méliès de basis leggen voor heel wat professionele filmtechnieken en special effects. Hij was de voorloper van de moderne stop-motion-film, waarbij de fotograaf – anders dan Méliès – na elk beeldje het tafereel verandert.

Een van Méliès’ beroemdste technieken was de zogeheten stop-trick . Hij brak de film af, veranderde een detail en filmde dan verder .

De uitgebreidde geschiedenis vind je hier.

Opdracht 2: Silhouette actie

Film een handeling op het groen scherm, importeer het in Première. Maak jezelf als silhouette op een witte achtergrond, verander de framesnelheid naar 12 fps. Exporteer de 12 frames via het camera-icoon.

Plaats nadien in After Effect nog een object bij.
Ideëen: doen dat je verft met een borstel, in After Effects komen er dan verfstrepen en spatten erbij.

Met de hand

Thomas Edison kleurt de zwart-witfilm Anabelle's Dance (1894) met de hand in en maakt hiermee de eerste kleurenfilm. Hierbij schilderde de maker alle beelden frame voor frame.

Dit was ook de tijd van het tinten. Hierbij kreeg een bepaalde film of scenes uit een film één en de zelfde kleurtint. Je kunt de voorbeelden zelf wel invullen, groen voor natuur, blauw voor nacht en rood voor vuur.

Technicolor

In 1915 werd Technicolor geïntroduceerd, het eerste echte systeem om kleurenfilms op te nemen.

In tegenstelling tot de RGB structuur waaruit een video nu bestaat werd er in de eerste film maar twee kleuren gemengt, rood en groen. De camera gebruikte een kleur wiel die met een rood en groen filter voor ‘gewoon’ zwart/wit film langs draaide.

De film ' The Wizard of Oz' valt op door het voor die tijd revolutionaire gebruik van kleur. De scènes die spelen in het Kansas van de depressie zijn gefilmd in zwart-wit (eigenlijk sepia), terwijl de scènes in het magische land van Oz in heldere, toverachtige kleuren zijn.

De techniek achter Technicolor is dat er twee negatieven met verschillende gevoeligheden - een voor blauw en een voor rood/groen - tegelijk in de camera worden belicht en daarna gelijktijdig afgedrukt op kleurgevoelig positief materiaal. Het duurde tot de jaren 50 voordat de kleurenfilm goedkoop en handzaam genoeg was om ook te gebruiken in goedkopere producties.

Veel tekenfilms uit de jaren 30 en 40 zijn 'in Technicolor'. Deze techniek werd tot de jaren '70 gebruikt.

Tree-strip (1932)

Pas met het 4de syteem van Technicolor 'Tree-strip' kwam er een 3de kleur bij.

Als je licht door de camera naar binnen kwam raakte het als eerste een prisma. In dit prisma was goud verwerk, dit zorgende er voor dat de een gedeelte van de lichtbundel door het groenfilter op het groene film valt. Dit is later vervangen door zilver. De andere helft van de lichtbundel ging echter door het magenta [15] filter. Magenta is een extraspectrale kleur. Dit betekent dat de kleur alleen maar kan ontstaan door rood en blauw licht.

Deze negatieven worden geprint op Matrix film. Door het zilver weg te wassen blijft er een grit over om de kleuren toe te voegen.

Deze film word ingevuld door een speciaal proces met kleur. De filmstrips worden in hun natuurlijke complementaire kleurenparen gedompeld. Dat betekend rood in cyaan, groen in magenta en blauw in geel.

De filmrolletjes, videobanden en misschien eventueel zelfs wel filmrollen die de mensen van tegenwoordig nog kennen is allemaal Monopach color film. Ontwikkeld door Technicolor maar zij hebben verzaakt om dit te registeren. Dit heeft er toe geleid dat Kodak er in de beginjaren er mee van door is gegaan. Dit heeft grote gevolgen gehad voor Technicolor. Want dit leider er toe dat ze zelfs bepaalde producten niet meer mochten maken.

Een uitgebreidde geschiedenis van het inkleuren binnen de filmindustrie vind je hier.

Digitaal

Tegenwoordig is de workflow van film helemaal digitaal. Toch is dit pas sinds een paar jaar geaccepteerd binnen de film wereld. Slumdog Millionaire was in 2009 de eerste film die de Academy Award won voor Best Cinematography.

Het Vitaphone-systeem wordt op de markt gebracht in 1926, waarmee geluid aan een film toegevoegd kan worden.

De film groeide uit van een kleinschalige nieuwe uitvinding aan het einde van de negentiende eeuw tot een van de belangrijkste vormen van communicatie en amusement, en werd in de 20ste eeuw een van de massamedia. Films hebben invloed op kunst, technologie en politiek.

Toy Story (1995) is de eerste volledig computer-geanimeerde film.

De stereoscopische (of 3D-film) sciencefictionfilm Avatar (2010) is de meest succesvolle film ooit.