Bedrijfsfilms

Dankzij de digitale technologie en het uitgebreid assortiment aan videomontage- en animatiesoftware zijn de mogelijkheden voor het maken van film en animatie enorm uitgebreid en liggen ze binnen ieders bereik. We zetten u op weg met een lijstje van mogelijkheden.

Soorten film

Het shot

De basiseenheid van de filmtaal of videotaal is het shot, ook wel de opname genoemd. Een shot is een opname in één keer, van het moment dat u de camera laat draaien ("Actie!") tot het moment dat u de de opname stopt ("Cut!"). Natuurlijk kan u bij de montage een shot nog inkorten.

De scène

Wanneer men meerdere shots samenbrengt om iets te vertellen, noemt men deze verzameling shots die binnen de actie een eenheid van plaats vertonen, een scène. Alle shots die in één locatie samen horen. Voorbeeld: de scène in de hall, de scène op de trappen, de slaapkamerscène.

De sequentie

Een -groep scènes die een eenheid van actie vertonen, noemen we een sequentie. het is een openeevolging van scènes op verschillende plaatsen maar die verbonden zijn door eenzelfde dramatische inhoud. Voorbeeld: een achtervolgingssequentie met een scène in een bank, een scène op de daken en een scène in de auto.

Synopsis

Een overzichtelijke weergave of samenvatting van de inhoud van een boek, film of toneelstuk.

Storyboard

Het storyboard is een verzameling uitgetekende shots van scènes uit een filmscript zoals de regisseur ze voor ogen heeft. Ze zijn bedoeld om de acteurs en de crew te helpen een beeld te krijgen van hoe de scène eruit moet komen te zien. Een storyboard bestaat doorgaans niet alleen uit tekeningen, maar ook uit geschreven informatie zoals de personages, het perspectief van de camera en een korte beschrijving en de duur van elk shot.

Scenario

Een scenario is een chronologische beschrijving ("draaiboek") van een bepaalde gebeurtenis (of reeks gebeurtenissen) die heeft plaatsgevonden of nog moet plaatsvinden. Het Beschrijft wat de toeschouwer te zien krijgt. Een scenario heeft altijd een begin, de confrontatie en een einde.

Draaiboek = Boek met regieaanwijzingen voor een film

  1. Het begin: De inleiding Wanneer u een verhaal vertelt, moet u altijd eerst aanduiden waar de actie zich afspeelt en de belangrijkste personage(s) voorstellen. Wat wil ik aan de kijker communiceren? Zorg dat de 5 W’s duidelijk zijn voor de kijker: wie, wat, waar, wanneer en waarom.
  2. Midden: De confrontatie Het verhaal loopt verder tot zich een belangrijke gebeurtenis voordoet. De actie begint.
  3. Einde: De ontknoping Ten gevolge van deze gebeurtenis neemt de actie een andere wending en leidt ze tot de ontknoping. Het besluit is dan de finale.

Gedetailleerde uitleg vind je hier.

Boei mensen vanaf het eerste moment en zorg voor een spanningsboog in je verhaal. Geef hem zin om verder te kijken.

Spanning

Elk verhaal heeft een spanningsboog die in stijgende lijn opgaat naar de climax of ontknoping toe. Er zijn allerlei middelen om spanning op te bouwen:

  • achterhouden van informatie
  • herinnering
  • wekken van vermoedens
  • dwaalsporen

Filmcrew

Regisseur

Persoon die de filmopnamen leidt. De acteurs regisseert en het scenario interperteert.

Regie assistent

Doet de filmplanning, timing en organiseert de repetities.

Cineast

De maker van een film. Persoon die toezicht houdt op alle fotografische aspecten in een televisie- of filmproject, met name de belichting. Ze zijn in het bijzonder belast met het bereiken van fotografische beelden en effecten die door de regisseur worden verlangd.

Productieleider

Organiseert het budget en financiële afspraken.

Gripper

Zorgt voor de plaatsing van de statieven, plaatst rails en positioneerd de cameraman(nen).

Dialogen

Het gaat hierbij niet zozeer om de tekst – wat iemand letterlijk zegt - maar veeleer om de subtekst – wat iemand bedoelt of met zijn tekst wil bereiken. Als tekst en subtekst niet hetzelfde zijn, zorgt een dialoog voor een extra laag spanning. Denk echter eerst aan het visuele en de opbouw van de scène alvorens aan dialogen te beginnen.

The Godfather