De beeldsnelheid van een film drukt men uit in frames per seconde (fps) m.a.w. hoeveel beelden er per seconde aan het menselijk oog voorbijflitsen om de illusie van beweging te creëren. Daarom tonen videoprogramma’s naar het aantal uren, minuten en seconden, ook het aantal verstreken frames. De tijdscode (timecode) van een video ziet er als volgt uit:

uren : minuten : seconden : frames

Bijvoorbeeld 01:24:15:14 staat voor 1 uur, 24 minuten, 15 seconden, het veertiende frame... Bij het begin van elke seconde start de framerate terug van bij 0. Bij tijdcode 00:00:00:00 wordt het eerste beeldframe getoond. Een frame later staat de tijdcode op 00:00:00:01 enz.

1.6 Frames per seconde: 25 of 29,7?

Omdat het elektriciteitsnet in de Verenigde Staten wisselstroom met een frequentie van 60 Hz levert, koos men bij de lancering van zwartwittelevisie voor het uitzenden aan 30 beelden per seconde (60 velden). De 60 Hz-stroom vormde een goede synchronisatiemogelijkheid voor die snelheid.

De introductie van kleurentelevisie schepte een probleem. De toegevoegde kleurcomponent interfereerde met het meegestuurde audiosignaal. Omdat het aanpassen van de audio oudere televisietoestellen incompatibel zouden maken, moest men gaan knippen in de bandbreedte van het videosignaal. De beeldsnelheid werd verlaagd naar 29,97 fps. Deze snelheid zorgt nog steeds voor verwarring bij veel amateurs en professionals. Het zorgt echter voor een bijkomend probleem met de timecode van een NTSC (Amerikaanse)-film.

In Europa levert het elektriciteitsnet stroom met een frequentie van 50 Hz. Het veel later dan NTSC geïntroduceerde en betere PAL komt dan ook met een beeldsnelheid van 25 fps (50 velden).

Interlacing

Interlaced scanning of interliniëring is een techniek om met een videocamera bewegende beelden op te nemen en/of op een beeldbuis weer te geven, waarbij de kwaliteit van het beeld wordt verbeterd zonder meer bandbreedte te hoeven gebruiken. De techniek is niet goed bruikbaar voor lcd-schermen.

Om het wat begrijpelijker te maken, kan je die lijnen best zien als een genummerde lijst. In het ene beeld registreert hij alle even lijnen, in het andere beeld alle oneven lijnen. Vervolgens mixt de camera het veld van de oneven lijnen met het veld van de even lijnen. Het vermengen van beide velden noemen we interlacing (25 interlaced frames, 25 fps). 

Progressive scanning

Progressive scanning (letterlijk: progressief scannen) is een techniek voor het weergeven, opslaan of doorgeven van bewegende beelden waarbij een frame niet uit meerdere velden bestaat, maar alle lijnen in volgorde worden ververst.

Dit in tegenstelling tot de methode van interlaced scanning die gebruikt wordt bij oudere televisies.

Progressief scannen wordt veelal gebruikt in CRT PC-monitoren en nieuwe televisiemodellen, ze en hebben elektronica aan boord om de frames samen te voegen.

Voordelen van een progressive scan zijn:

  • Een grotere verticale resolutie, zoals mogelijk in 720p of 1080p HDTV.
  • Geen trilling van horizontale lijnen
  • Gemakkelijkere compressie van de bewegende beelden

Nadelen zijn:

  • Snelle bewegingen worden soms schokkerig

Bioscoopfilms tonen 24 non-interlaced/progressive frames per seconde. Dat is minder dan PAL en NTSC... en toch lijken de beelden vloeiend en helder. Aan 24 fps lijkt de film dan wel vloeiend (smooth), maar de 24 ‘verversingen’ zorgen voor heel wat geflikker. De oplossing voor dit probleem lijkt op het eerste zicht nogal vreemd: de projector in de bioscoop toont/ververst elke frame 3 keer. Hierdoor worden de zwarte overgangen iets korter en frequenter. Op die manier ziet je in de bioscoopzaal films aan 72 fps... ook al zijn er in werkelijkheid maar 24 progressieve afbeeldingen.

Dezelfde techniek wordt toegepast bij een televisiescherm. Hoe hoger de Hz over verversingsgraad, hoe minder beeldflikker!

Zelfs doorwinterde videofreaks raken niet altijd wijs uit de terminologie van codecs en containers.  Doorheen de jaren zijn er diverse manieren ontstaan om video digitaal te coderen. Een codec is een  softwarematige manier om video en audio in bits en bytes (nullen en enen) om te zetten. Een codec kan die bits omgekeerd ook weer omzetten in beelden en audio. Codec staat immers voor COderen/DECoderen. 

Een codec is software die wordt gebruikt om een mediabestand, zoals een muzieknummer of een video, te comprimeren of te decomprimeren. 

Een container bewaart het videospoor en één of meerdere audiosporen in één ‘verpakking’. Sommige containers kunnen ook ondertitels, menu-indelingen, hoofdstukken,... bewaren. Aan de bestandsextensie herkent u welke container voor de digitale video is gebruikt, al weet u daarmee nog lang niet welke codec voor de audio en/of video is gebruikt.

Een AVI-bestand speelt u doorgaans af met Windows Media Player of VLC. Dat is echter geen garantie op succes. Als Windows Media Player de gebruikte codec niet ondersteunt, zal de video en/of de audio niet kunnen weergegeven worden!

In de les gebruiken we zoveel mogelijk op het QuickTime systeem.

Waarom?

QuickTime is platformvriendelijk voor de meeste operating systemen en biedt bijkomende mogelijkheden voor het werken met virtuele omgevingen (QTVR) en interactieve toepassingen (Chapter track, Text track, SMIL, Flash,....). Als we gebruik maken van de juiste codec’s zal een QT movie met video en geluid zonder meer weergegeven kunnen worden op het Windows (Windows 98 tot XP), LINUX en Mac OS (8, 9 en X) platform. Binnen de QuickTime container kunnen verschillende codecsen gebruikt worden.

Welke codec? De meest efficiente QT codec’s voor video compressie zijn op dit moment Sorenson 3 en MPEG-4. en H.264 codec.

Voor geluid afzonderlijk kiezen we meestal voor het MP3 formaat zodat het Voor geluid afzonderlijk kiezen we meestal voor het MP3 formaat zodat het materiaal via verschillende players weergegeven kan worden terwijl we voor beeld en geluid toepassingen de AAC audio codec gebruiken (Advanced Audio Coding) die deel uit maakt van het MPEG-4 systeem.

Download een uitgebreider overzicht van alle soorten codecs.

Wil je weten welke codecs er precies op jouw systeem geïnstalleerd staan? Handige freeware tools, zo is er Sherlock Codec Detective en InstalledCodec, die geven je een lijst met codecs die reeds zijn geïnstalleerd op je systeem.

*Tip: Ben je op zoek naar de juiste codecs, bekijk dan zeker het K-Lite Codec Pack. Deze speelt vele populaire en minder populaire audio en video formaten af na installatie (Divx, Xvid - Avi, MKV enz...). Voor Windows 7, 8.1, 10 gebruik je best Shark007 Codecs.

Beeldschermgroottes

  • DV NTSC/VGA 720x480
  • PAL: 768x576
  • XGA: 1024x768
  • HDTV: 1280x720p
  • HDTV: 1920x1080p

De grootte van een beeldscherm wordt meestal uitgedrukt door de lengte van de beelddiagonaal. Een 17 inch-monitor meet 17 inch van de linkerbovenhoek tot de rechter benedenhoek. De werkelijke breedte bedraagt dan ongeveer 31,5 cm. Wanneer een 17 inch-computerdisplay is ingesteld op 1024 pixels, dan geeft het scherm slechts 25,39 pixels per centimeter weer. Op een groot scherm leidt een lagere resolutie dus onvermijdelijk tot slechtere beeldkwaliteit, omdat de pixels worden ‘opgeblazen’.

Beeldverhouding

Beeldverhouding (ook wel aspect ratio) is in de audiovisuele techniek de verhouding tussen breedte en hoogte van een beeld.

Televisieformaten

  • 4:3 (traditionele televisie)
  • 16:9 (breedbeeldtelevisie)
  • 21:9 (breedbeeldtelevisie)

Een traditioneel televisiebeeld heeft een beeldverhouding van 4:3 (4 eenheden in breedte, 3 eenheden in hoogte). Breedbeeldtelevisietoestellen hebben een beeldverhouding van 16:9 (16 eenheden in breedte, 9 eenheden in hoogte).