Bij een video-opname zijn er verschillende elementen waar je rekening mee moet houden. Zowel de belichting, geluid en de manier waarop je objecten en personen in beeld brengt hebben een grote invloed op het eindresultaat. Hoe moet je personen of bewegingen in beeld brengen?

We zullen het hebben over de verschillende beeldgroottes en welke betekenis ze kunnen hebben. Daarna vertellen we wat meer over de verschillende camerahoeken en de verschillende camerabewegingen. Hoe je deze bewegingen best in beeld brengt (beeldkader en camera-as).

 

 

 

 

Ongetwijfeld kent u het verschil tussen close-up, medium shot en long shot, maar er bestaan nog heel wat tussenvormen. Elk heeft zijn eigen doel. We onderscheiden een 10-tal beeldgroottes:

  • Extreme long shot (ELS): Ideaal voor het begin of einde van een film. Een wijde omgeving wordt getoond en eventueel een persoon.
  • Long shot (LS): Figuur en zijn wijde omgeving. De acteur/persoon neemt de helft tot 3/4 van de schermhoogte in.
  • Medium long shot (MLS): Een persoon wordt volledig getoond met onderaan en bovenaan nog wat vrije ruimte. MLS wordt vaak gebruikt bij bewegende beelden.
  • Knee shot (KS): Een persoon wordt volledig getoond met onderaan en bovenaan nog wat vrije ruimte. MLS wordt vaak gebruikt bij bewegende beelden.
  • Medium shot (MS): Het bovenlichaam (zonder benen) van een filmpersonage wordt getoond. Gebruik dit niet te veel, want de techniek gaat al snel vervelen.
  • Medium close up (MCU): De borst en het hoofd van het personage worden getoond.
  • Close up (CU): Het hoofd en het bovendeel van de borstkas van de persoon worden in beeld gebracht. Deze techniek wordt toegepast om gevoelens of een belangrijke uitspraak in beeld te brengen.
  • Big Close up (BCU): Enkel het hoofd in beeld brengen om sterke gevoelens te tonen.
  • Very Close up (VCU): Van net boven de kin tot het midden van het voorhoofd.
  • Extreme Close up (ECU): Een bepaald detail (bijvoorbeeld de ogen) van het gezicht

De keuzes in beeldgrootte die je moet maken hangen in grote mate af van het medium waarop je je video wilt vertonen. In vergelijking met het bioscoopscherm is het televisie- of computerscherm bijvoorbeeld erg klein. Dit betekent dat alles wat op een Tv-scherm in long shot getoond wordt vaak afstandelijk & ver zal overkomen. Vandaar dat televisie een reputatie heeft opgebouwd als een medium dat het vooral moet hebben van de close-ups.

De (extreme) close up is in staat om te zorgen voor een climax of een dramatisch effect, of kan het de gevoelens van de persoon beter in beeld brengen. Een close-up vereist tijdens de opnames wel een zeer nauwkeurige scherpstelling en het maakt het moeilijker om een object in beweging vloeiend te volgen. Ze kunnen de kijker tevens het gevoel geven dat hem bepaalde zaken worden onthouden.

Een long shot is dan weer uitermate geschikt om de sfeer van een bepaalde locatie weer te geven. In zo’n geval spreekt men van een zgn. establishing shot. Dit overzichtsbeeld maakt de kijker vertrouwd met de geografie van een bepaalde setting, waardoor de camera zich, zonder gevaar van desoriëntatie bij de kijker, vrijelijk kan bewegen binnen deze ruimte. Het kan nuttig zijn regelmatig terug te vallen op dergelijke shots om daarmee de kijker te heroriënteren. Een long shot is ook vereist om personen volledig in beeld te brengen en kan op een meer symbolische manier gebruikt worden om het sfeer of de plaats van de personen-inbeeld te benadrukken.

Enkele vuistregels voor een goede kadrering:

Naast de basisregels van de kadrering speelt ook de compositie een belangrijke rol bij het filmen. Compositie is de ruimtelijke organisatie van de visuele elementen voor de camera. Bij een pakkend beeld is namelijk vaak rekening gehouden met een of meer van de volgende leidraden:

  1. Diepte creëren:
    Iets dat verder weg staat lijkt kleiner dan een object op de voorgrond. Wanneer je een bloem op de voorgrond mee fotografeert met een bloemenveld dat verder richting de horizon ligt, creëer je diepte. Overlappen vergroot de diepte werking. Wanneer er een boom voor een schuur staat, is het duidelijk dat de boom dichterbij is dan de schuur.
  2. Leidende lijnen:
    Diagonale lijnentrekken je het beeld in . Een paadje dat in de verte verdwijnt vangt je blik en roept daarnaast ook diepte op. Vooral wanneer de richting van het pad van linksonder naar rechtsboven in je foto loopt.
  3. Gulden snede:
    Je kunt de horizon en belangrijke onderdelen van je foto in je beeld vastleggen op basis van de Gulden Snede. Ook wel ‘Divina Proportia’ (goddelijke proportie) genoemd. Dit stukje eeuwenoude wiskunde geeft de verhouding van lijnstukken aan. Deze verhouding is ongeveer 1:0,62.

    Met de verhouding 1: 0,62 kun je een afbeelding verdelen in 9 vakken. Stel: je hebt een foto van 30 x 20 cm. De breedte verdeel je dan in stukken van 30 x 0,62 = 18,6 cm, en de hoogte verdeel je in stukken van 20 x 0,62 = 12,4 cm. In het onderstaande plaatje kun je zien op welke manier de afbeelding dan in 9 vakken wordt verdeelt.

    Wanneer je nu de belangrijkste aandachtspunten van je foto op een kruispunt van een horizontale en verticale lijn plaatst, dan wordt de afbeelding een stuk sterker en dynamischer. De horizon kun je op een van de horizontale lijnen plaatsen.

    De gulden snede speelde, vooral in de renaissance, een belangrijke rol in de beeldende kunst en architectuur. Het werd gebruikt als norm voor harmonische verhoudingen.
  4. Regel der derden:
    Wanneer je de Gulden snede te veel rekenen vindt, kun je ook de regel der derden aanhouden. Hiervoor verdeel je gewoon de breedte en de hoogte van een afbeelding in 3 gelijke delen. Ook nu gebruik je de kruispunten voor de positie van belangrijkste onderwerpen van je foto. En je houdt een van de horizontale lijnen aan als hoogte van de horizon.
  5. Diagonaal methode:
    WVoor deze methode van Edwin Westhoff, verdeel je een rechthoek in 2 vierkanten. Vervolgens zet je in ieder vierkant 2 diagonale lijnen (vanuit de hoeken). De vierkanten heb je daarna niet meer nodig. Je gebruikt alleen de 4 diagonale lijnen. Uit onderzoek is gebleken dat kunstenaars en fotografen details die zij belangrijk vinden, automatisch op deze diagonalen plaatsen. Dit doen zij met een enorme precisie: de afwijking van ten opzichte van de diagonaal was max. 1 á 1,5 mm op A4 formaat!

Probeer deze tips voor je te zien, voordat je op de afdrukknop klikt of opneemt met je camera. Het lukt je dan beter, om dat wat je ziet zo boeiend mogelijk vast te leggen.

Camerahoek

Synoniem voor opnamehoeken of camerastandpunten. Het meest voorkomende perspectief, ook in het dagelijks leven. Je kijkt elkaar meestal recht in de ogen aan. Denk weer aan de 3/4 regel!

Tip: Op vakantiekiekjes zie je vaak dat iemand recht de camera inkijkt met de ogen precies in het midden, dit geeft een heel onnatuurlijk beeld. Als je een persoon in beeld brengt, zorg dan dat je de ogen altijd op 2/3 of 3/4 van het beeld staan.

Daarnaast hoeft de persoon niet recht in de camera te kijken, vaak zie je de ogen net iets langs de camera gericht kijken of ergens ander naar.

Bij een vogelperspectief maakt u het gefilmde karakter klein en nietig. Je kijkt in feite op iemand neer. Ideaal om bv. machtsverhoudingen weer te geven.

Vanuit kikkerperspectief suggereert u dominantie. Door de camera laag te plaatsen met de lens schuin omhoog krijg je dit perspectief. Hiermee bereik je dat het "groter" in beeld komt. Je kan iemand machtiger maken dan 'ie eigenlijk is.

Speel met deze opnamehoeken om uw beelden sterker en expressiever te maken! Het water van een waterval lijkt wilder als u uw camera op de grond zet, licht naar boven gericht. Maar wees voorzichtig! Een te grote opeenstapeling van originele en gezochte opnamehoeken leidt ertoe dat ze hun uitdrukkingskracht verliezen en saai worden.

Over shoulder (180 graden regel)

De kijker kijkt mee over de schouder van de acteur naar de persoon met wie de acteur in gesprek is. De kijker identificeert zich met de acteur over wiens schouder we meekijken. Dit camerastandpunt zie je veel in soaps.

Point of view

Het point of view standpunt is een "subjectief standpunt". Je kijkt als het ware met de persoon mee. Begin altijd met een shot van de persoon die je gaat volgen. Het volgende shot is het beeld wat de persoon zou zien (point of view). Sluit af met een shot van de hoofdpersoon.

Uw camera is als het ware een verlengstuk voor uw blik. Uw ogen kunnen bewegen, maar ook uw hoofd: dat kan draaien en op en neer bewegen. Hetzelfde gebeurt bij het filmen: u kan uw camera deze bewegingen laten uitvoeren. Natuurlijk moeten die camerabewegingen om een of andere reden nodig zijn of door u gewild, bv. omdat u een ruimte wil laten verkennen of een personage wil volgen.

De grote kunst van een filmmaker ligt niet in het laten springen van zijn beelden in alle richtingen maar in zijn spelen met het vaste camerastandpunt.

Uw onderwerpen bewegen! Leer dus vaste shots maken waarin de voorwerpen en personen bewegen (gebladerte, riviertjes, wielrenners,...). Laat spelend kinderen ongestoord spelen. Leer het leven van de dingen en de mensen die u filmt, respecteren, zonder tot elke prijs te willen tussenkomen met - dikwijls ongepaste - camerabewegingen.

De meest vanzelfsprekende camerabeweging is:

De pano en de tilt

U laat uw camera bewegen alsof u - stilstaand - uw hoofd horizontaal of verticaal laat bewegen, van links naar rechts (PANO) of van boven naar onder (TILT) of vice versa. De pano dient om een decor beetje bij beetje te verkennen of om een bewegend voorwerp te volgen.

Voorbeelden: een langzame horizontale pano over een berglandschap kan het indrukwekkende van het landschap in de verf zetten. Een trage pano langs de gezichten van vijandige mensen die in onze richting kijken kan daarentegen een extreme dramatische spanning creëren.

Enkele tips:

  • Is de pano of tilt die u wil maken echt nodig? Is hij verantwoord? Kan u niet hetzelfde laten zien zonder te bewegen, met de hulp van verschillende vaste shots van verschillende grootte?
  • Uw beweging moet stabiel (schokvrij) en continu zijn. Indien u uw camera niet op een statief zet, leun dan tegen een muur, een afsluiting, een zuil,...
  • Oefen uw beweging minstens één keer alvorens de pano op te nemen en beslis van welk beeld tot welk beeld u de pano of tilt wil nemen en in welke richting. Voor de kijker is een hortende of een "even terugkerende" pano of tilt hoogst onaangenaam.
  • Neem een vast (stilstaande) shot voor u de pano of tilt maakt en een ander vast shot op het einde van de pano; dit zal u helpen om vlotte overgangen te maken bij de montage.
  • Maak zoveel mogelijk gebruik van de beweging van een personage, een dier, een voertuig om uw pano of tilt te verantwoorden.
  • Laat uw pano zacht beginnen en eindigen zodat de beweging niet te veel opvalt en niet als kunstmatig overkomt.

De travel

De travel is een verplaatsing van de camera tijdens het shot.

  • De voorwaartse travel
    De voorwaartse travel komt overeen met een beweging naar voor, om dichter bij een onderwerp te komen, dat dan steeds groter wordt in het beeld, of om zich te verplaatsen zoals met de auto, waarbij men het landschap aan beide zijden van de optische as ziet voorbijtrekken.
  • De achterwaartse travel
    Dit is een beweging achteruit. Voorbeeld: achteraan een trein.
  • De zijwaartse travel
    U bent in beweging en filmt op zij ondertussen. Wordt veel gebruikt om een ander bewegend element (fietser, auto, boot,...) te volgen en continu in beeld te houden.

Men kan ook een travel vertikaal uitvoeren. Voorbeeld: opname in een glazen lift.

De zoom

Men deze ook "optische travel", terwijl het in feite niet om een camerabeweging gaat. Het is een illusie van travelling. De verleiding om te pas en te onpas gebruik te maken van de zoomlens is groot. Maak er TIJDENS het filmen niet te veel gebruik van. Gebruik vaste shots.

Enkele tips:

  • Zoals bij de pano's kan u een zoomshot verantwoorden door een persoon of een bewegend elementen te volgen, door gebruik te maken van hun beweging.
  • Zorg ervoor dat uw zoomshots onmerkbaar beginnen en eindigen. Een brutaal begin of einde moet u vermijden, tenzij u daar een effect mee wil bereiken.
  • Vermijd het inzoomen gevolgd door uitzoomen. Deze " pompeffecten" hebben geen enkele betekenis; ze leiden bovendien tot misselijkheid van uw toeschouwers.
  • Uw videocamera is licht en handig. U kan ermee filmen zonder een statief te gebruiken. Maar dat levert natuurlijk ook gevaren op voor de beeldstabiliteit. Tip: Steadicam en GoPro
  • Zorg dat uw camera niet gaat schokken tijdens een beweging. Veel travels die u in de cinema ziet, zijn gemaakt met behulp van een constructie op rails of met behulp van een rolstoel. Soms sleept men zelfs de cameraman over de vloer met een tapijt!
  • De schokken in het beeld zijn minder voelbaar als u een ruime camerahoek gebruikt. Volledig ingezoomt is het bijna onmogelijk om vanuit de hand te filmen, zelfs als u uw adem inhoudt... Gebruik dan een statief !

De camera-as

Om de continuïteit van richting te verzekeren, moet u ervoor zorgen dat uw bewegend elementen dezelfde richting blijft aanhouden in de opeenvolgende shots. Meer uitleg vind je hier

Uw bewegend element verplaatst zich volgens een richting, een bewegingsas. Indien u het filmt terwijl het zicg op die as bv. van links naar rechts begeeft, dan moet uw camera steeds aan dezelfde kant van die as blijven staan. Op de schetsen hierboven loopt de atleer steeds van links naar rechts.

  1. Hij komt van ver naar ons toegelopen.
  2. Hij loopt ons voorbij.
  3. Hij loopt van ons weg in de richting van de achtergrond.

Op het schema hieronder ziet u voor deze 3 shots de camerastandpunten t.o.v. de bewegingsas.

Wat gebeurt er als u toch over de bewegingsas gaat?

De kijker zal de indruk krijgen dat uw loper rechtsomkeer heeft gemaakt of dat het om een andere loper gaat, die uit de andere richting komt.

GOED:
FOUT:

Hieronder een paar leuke tips om met je gsm te filmen

  • Beeldformaat het liefst HD 1920 x 1080 pixels
  • Framesnelheid op 25 fps of 30 fps. Voor slow motion gaat de framesnelheid hoger dan kies je voor 120 of 240 fps
  • Soms heb je bij instellingen de keuze in videostabilisatie. Hij haalt heel kleine bewegingen van je hand eruit. Bij iPhone zit dit er automatisch in, kan je de optie niet aanvinken.

  • Schrijf een script: Zodat je op voorhand weet wat je gaat zeggen en doen.
  • Geen te drukke achtergronden, ruim op dit leidt anders af.
  • De regel van 3: Zet hulplijnen op (3 x 3). De snijlijnen vormen goede aandachtspunten.


Filmen met je gsm

Een paar leuke apps om beter te filmen:

  • Filmic Pro - € 12,99 : Je kan de belichting regelen via het bolletje en het vierkantje stelt scherp.
  • ProCam X ( HD Camera Pro ) - € 5,29 of Lite (gratis) : Je kan de belichting regelen via het bolletje en het vierkantje stelt scherp.
  • Cinema FV-5 - 2,99 - Lite € 1,99 : Professionele video-opname met manuele bediening voor filmmakers!

Monteren via de computer

Gratis programma's:

  • iMovie (Apple)
  • Davinci Resolve (beide platformen)
  • Hitfilm Express (beide platformen)

Betalende programma's:

  • Adobe Premiere (beide platformen)
  • Final Cut Pro X (Apple)
  • Avid (beide platformen)
  • Sony Vegas (Windows)

Monteren via een app

  • iMovie (Apple)
  • Kinemaster (Android)
  • Adobe Premiere Rush (beide platformen)

De volledige uitleg kan je vinden onder videobewerken

Je probeert een scherm te filmen (computerscherm of tv) en je krijgt steeds een flikkering in beeld. Of lelijke banden die over het scherm lopen! Wat is er aan de hand en hoe voorkom je dit?! Daar hebben we het over in deze video.