Diafragma instellen via de Av-stand

In de A(V)-stand regelt u zelf de grootte van de lensopening en laat de camera ISO en sluitertijd automatisch bepalen. Kies voor deze stand als je een wazige achtergrond (scherp onderwerp) wilt of voor- en achtergrond scherp wilt krijgen.

Het diafragma kun je groter of kleiner maken zodat er meer of minder licht 
op je sensor van je camera valt.

Je diafragma stel je heel vaak in op jouw camera met een instelwiel, regelmatig is dit een geribbeld wiel waaraan je draait.

fotografie

Een groot diafragma wordt aangeduid met een klein getal = minder scherptediepte.

Een klein diafragma wordt aangeduid met een groot getal = meer scherptediepte..

fotografie

Het meest linkse diafragma heeft een heel grote opening (het zwarte vlak is de opening). Het is een voorbeeld van een groot diafragma.

Het diafragma wordt altijd aangeduid met een bepaald getal (de diafragmawaarde) en met de letter F ervoor. Het meest linkse diagragma in de afbeelding heeft de diafragmawaarde F/2.8. Met een groot diafragma (grote lichtopening in je objectief), kan veel licht de sensor van je camera bereiken.

Groot diafragma, minder scherptediepte

Een grote lensopening laat veel licht door, zodat de sluitertijd kort kan zijn (=scherpe foto) en de ISO-gevoeligheid laag blijft (weinig ruis).

fotografie fotografie

Je ziet hier 3 moderne katten die in de diepte staan opgesteld. De linkse staat het dichtst bij de camera, gevolgd door de middelste en de rechtse staat het verste van de camera. De foto is met een groot diafragma genomen (F/2.8).

Ik heb scherpgesteld op de linker kat. Die is daarom het scherpste, de middelste kat is al vrij onscherp en de rechter kat nog onscherper. Deze foto heeft weinig scherptediepte. Het verloop van het scherpe deel in de foto naar de onscherpe delen is snel.

Hieronder nog een foto van een groot diafragma waar je scherpstelt op de persoon.

Een klein diafragma zorgt voor meer scherptediepte in je foto.
fotografie fotografie

In deze foto heb ik alleen het diafragma gewijzigd van F/2.8 (groot diafragma) naar F/16 (klein diafragma). Ik heb weer scherpgesteld op de linker kat. Die is daarom het scherpste. De middelste en de rechter kat zijn duidelijk scherper dan in de vorige foto!

Deze foto heeft meer scherptediepte, we zien een groter gedeelte van de foto scherp en het verloop van het scherpe deel in de foto naar de onscherpe delen is geleidelijker dan in de eerdere foto van de katten.

Hieronder een ander voorbeeld van een klein diafragma dus meer scherpte aanwezig in de foto.

Plaats 3 objecten in verschillende dieptes achter elkaar.
Maak 3 foto's in verschillende diafragma's. Focus op je voorste object (rode stip). Zorg ook dat je dichtgenoeg staat bij je voorste object, denk aan je kadrering.

Tip: Zorg dat je goed kijkt of alles van je object een goede scherptediepte heeft. Kijk bijvoorbeeld naar de letters en de contouren, wil je meer scherpte hebben, verander dan je diafragma naar f/5. De sluitertijd gaat nu automatisch meeveranderen.

  • Diafragma: f/4,5
  • Sluitertijd: 1/50

  • Diafragma: f/11
  • Sluitertijd: 1/50

  • Diafragma: f/29
  • Sluitertijd: 1/13

Besluit

Je ziet duidelijk aan de eerste foto met een groot diafragma dat de achtergrond wazig is. Enkel het object waar ik heb op gefocust is scherp. Hoe kleiner het diafragma hoe groter de scherpte rond je object wordt.

In de eerste 3 foto's is er 1/50 of 0,05 sec. tijd nodig geweest als sluitertijd. Bij de laatste foto is er maar 1/13 sec. of 0,003 sec. tijd nodig geweest om licht binnen te laten. Dus hoe kleiner het diafgrama hoe minder licht hij nodig heeft voor een goede scherpe foto te maken.

Hoe lees je de sluitertijd?
1" = 1 sec.
1/50 = 0,050 sec. of 50 milliseconde

Wat is diffractie en hoe kan je het voorkomen?

Pas op met het kiezen van een te klein diafragma want je hebt meer scherpte met je voor- en achtergrond. Bij het inzoommen op bv.200% zie je verchil, met een te klein f-stop gaat ook de scherpte van je objecten achteruit. We noemen dit diffractie.

Diffractie is een term die je misschien ooit eens voorbij hebt horen komen, maar dat je niet precies weet wat het is. Het is iets wat met name voorkomt als je iets doet met landschapsfotografie of stadsfotografie en het heeft te maken met je diafragma. Je denkt misschien, hoe kleiner het diafragma, hoe scherper de foto wordt van voor tot achter, maar dat is eigenlijk niet het geval. Er kan diffractie optreden wat betekent dat de foto onscherper zal worden. Wij gaan jou in deze korte video heel goed en duidelijk laten zien, met behulp van vergelijkende foto’s die met verschillende diafragma’s gemaakt zijn, wat ik met diffractie bedoel. Ook zal duidelijk worden hoe je diffractie kunt voorkomen en hoe je erop kunt controleren tijdens het fotograferen.

fotografie

Je camera heeft in de autofocus-modus namelijk licht en contrast nodig om te kunnen scherpstellen. Als er te weinig licht is, is het dus beter om handmatig scherp te stellen.

Portretfotografie

Bij portretfotografie weet je dat de focus altijd op de ogen van je model moet liggen. Het wil nog weleens gebeuren dat de autofocus van je camera niet op de ogen maar bijvoorbeeld op de wenkbrauwen scherpstelt. De ogen komen dan vaag of blurry in beeld en dat is niet wat je wilt.

Door een raam of glas fotograferen

Misschien heb je wel eens door een raam of een hek gefotografeerd en wist de camera niet waarop hij moest scherpstellen; een aquarium of etalage zijn enkele voorbeelden. Je autofocus zal vaak automatisch scherpstellen op bijvoorbeeld de reflectie in het glas van een raam. Als je handmatig scherpstelt kun je zelf bepalen of de voor- of achtergrond (vissen of mensen achter het raam) scherp moet worden.

Bij actiefotografie

Vaak gaat het mis met scherpstellen in de autofocus-modus als het onderwerp snel beweegt, zoals bijvoorbeeld bij sport- of actiefotografie. Moderne camera's hebben vaak wel de mogelijkheid om in de AI-Servo modus te fotograferen, waarbij het bewegende onderwerp gevolgd wordt. Maar ook dit gaat niet altijd goed.

Als je zeker wilt weten dat je het bewegend onderwerp (een auto, vogel of sporter bijvoorbeeld) scherp in beeld krijgt kun je vantevoren (handmatig) scherpstellen op de plek waar je onderwerp zal langskomen. Bijvoorbeeld op een paaltje. Ook bij panning werkt handmatige scherpstelling goed. Als het onderwerp op je afkomt of van je weg beweegt kun je juist weer beter de AI-Servo stand gebruiken.

scherpstellen

Bij landschapsfotografie

Landschapsfoto's moeten van begin tot eind scherp zijn. Als je autofocus ingeschakeld hebt zal de camera zelf zijn focuspunt zoeken. Als je handmatig scherpstelt op de zogenaamde hyperfocale afstand (dat is de scherpstelafstand met de grootste scherptediepte) krijg je alles scherp

scherpstellen

Bij macrofotografie

De beperkte scherptediepte bij macrofotografie vereist nauwkeurige scherpstelling. Bij gebruik van autofocus heeft het objectief soms de neiging op hol te slaan, vooral wanneer je uit de hand fotografeert. Een statief biedt enigszins uitkomst maar handmatige scherpstelling heeft toch vaak de voorkeur.

scherpstellen