Diafragma instellen

Hoe stel je je diafragma in op jouw camera? Camera instellingen zoals diafragma, sluitertijd en ISO zeggen je in het begin vaak nog niet zoveel. Je diafragma stel je heel vaak in op jouw camera met een instelwiel, regelmatig is dit een geribbeld wiel waaraan je draait. Heel soms stel je je diafragma in door aan een diafragma ring op jouw lens te draaien.

Het diafragma kun je groter of kleiner maken zodat er meer of minder licht 
op je sensor van je camera valt. Zet je camera op de A(V)-stand.
fotografie

Diafragma en belichting

Samen met de begrippen sluitertijd en ISO-waarde bepaalt het diafragma de belichting van je foto. Als het om de belichting gaat dan is het de taak van de fotograaf om met deze drie begrippen (samen ook wel de belichtingsdriehoek genoemd) te regelen dat er niet te veel licht op de sensor valt (je wil geen overbelichte foto), ook niet te weinig (je wil ook geen onderbelichte foto) maar precies genoeg.

Groot diafragma, minder scherptediepte

fotografie
Let op, een groot diafragma wordt aangeduid met een klein getal. Raar maar waar.

Het meest linkse diafragma heeft een heel grote opening (het zwarte vlak is de opening). Het is een voorbeeld van een groot diafragma. Het diafragma wordt altijd aangeduid met een bepaald getal (de diafragmawaarde) en met de letter F ervoor. Het meest linkse diagragma in de afbeelding heeft de diafragmawaarde F/2.8. Met een groot diafragma (grote lichtopening in je objectief), kan veel licht de sensor van je camera bereiken.

fotografie fotografie

Je ziet hier 3 moderne katten die in de diepte staan opgesteld. De linkse staat het dichtst bij de camera, gevolgd door de middelste en de rechtse staat het verste van de camera. De foto is met een groot diafragma genomen (F/2.8). Ik heb scherpgesteld op de linker kat. Die is daarom het scherpste, de middelste kat is al vrij onscherp en de rechter kat nog onscherper. Deze foto heeft weinig scherptediepte. Het verloop van het scherpe deel in de foto naar de onscherpe delen is snel.

Klein diafragma, meer scherptediepte

Een klein diafragma zorgt voor meer scherptediepte in je foto.
fotografie fotografie

In deze foto heb ik alleen het diafragma gewijzigd van F/2.8 (groot diafragma) naar F/16 (klein diafragma). Ik heb weer scherpgesteld op de linker kat. Die is daarom het scherpste. De middelste en de rechter kat zijn duidelijk scherper dan in de vorige foto! Deze foto heeft meer scherptediepte, we zien een groter gedeelte van de foto scherp en het verloop van het scherpe deel in de foto naar de onscherpe delen is geleidelijker dan in de eerdere foto van de katten.

Weinig ISO toevoegen

Bij buitenopnames met voldoende lichtinval.

Gemiddelde ISO toevoegen

Bij binnenopnames met beperkte lichtinval.

Veel ISO

Bij nachtopnames.

Wat betekent het begrip scherptediepte?

De scherptediepte is het deel van je foto dat wij als scherp zien. Je wil als fotograaf zelf bepalen wat het scherpste deel wordt in je foto. Als je op de automatische stand fotografeert, dan ben je je hier niet van bewust. Je camera stelt wel scherp op een bepaalde afstand, maar je hebt hier zelf geen grip op.

Dus als je onderwerp precies 2 meter van je camera vandaan is, dan stel je scherp op precies 2 meter afstand. Fotografeer je een mens of een dier, dan stel je heel vaak scherp op het oog. Het oog (en alles wat zich op dezelfde afstand van in dit geval 2 meter bevindt) wordt dan het scherpste deel in je foto.

Het scherptegebied of de scherptediepte kan veranderen door:

  1. Lensopening:
    Als de lensopening wordt dichter gedraaid, neemt de scherptediepte toe.
  2. Brandpuntsafstand of hoek van de lens:
    Als de hoek van de lens groter wordt (kortere brandpuntsafstand), neemt de scherptediepte toe.
  3. Afstand van de camera:
    Hoe verder de camera van het onderwerp afgaat, des te meer neemt de scherptediepte toe. Het scherptegebied wordt daarentegen kleiner als de lensopening meer wordt opengedraaid of de brandpuntsafstand langer wordt (de lenshoek kleiner) of de camera dichter bij het onderwerp komt.

De brandpuntsafstand = het aantal milliemeters tussen de plek waar het licht samenkomt op de lens en de beeldsensor.

De brandpuntsafstand van je objectief bepaalt hoeveel er te zien is op je foto's en hoe groot het onderwerp in beeld komt. Een kitlens heeft vaak een brandpuntsafstand van 18-55 mm, dat zijn dan dus de minimale en maximale brandpuntsafstanden van je objectief.

Hoe lager het getal, des te meer van de omgeving er in je beeld te zien is en des te kleiner alles wordt. Dit wordt ook wel groothoek genoemd.

Een lens met een kort brandpunt (groothoeklens) heeft een wijde kijkhoek, waarbij je veel ziet, maar waarbij ook alles gelijk verder weg lijkt. Het beeld wordt als het ware “uit elkaar getrokken”. Vaak gebruikt om kleine ruimtes (bijvoorbeeld hotelkamers) er groter te laten uitzien.

Een lens met een lang brandpunt (telelens) heeft een smalle kijkhoek, waarbij je weinig ziet, maar wat je ziet lijkt veel dichterbij te zijn. Het beeld wordt als het ware “in elkaar gedrukt”. Vaak gebruikt om met scherptediepte een onderwerp scherp te isoleren.

Zet eerst de camera-instellingen op de A-stand(Diafragmavoorkeur). Neem 3 foto's, iedere keer het onderwerp even groot in beeld waarbij je verschillende brandpuntsafstanden toepast.

Bij een groothoek-objectief (korte brandpuntsafstand) moet je op zeer korte afstand van je onderwerp fotograferen om dit beeldvullend (of in dit geval met dezelfde afmetingen) vast te leggen.

Naarmate je meer inzoomt (waarbij de brandpuntsafstand dus groter wordt) moet je steeds meer afstand nemen tot je onderwerp om dit weer even groot in beeld te krijgen.

Je camera heeft in de autofocus-modus namelijk licht en contrast nodig om te kunnen scherpstellen. Als er te weinig licht is, is het dus beter om handmatig scherp te stellen.

Portretfotografie

Bij portretfotografie weet je dat de focus altijd op de ogen van je model moet liggen. Het wil nog weleens gebeuren dat de autofocus van je camera niet op de ogen maar bijvoorbeeld op de wenkbrauwen scherpstelt. De ogen komen dan vaag of blurry in beeld en dat is niet wat je wilt.

Door een raam of glas fotograferen

Misschien heb je wel eens door een raam of een hek gefotografeerd en wist de camera niet waarop hij moest scherpstellen; een aquarium of etalage zijn enkele voorbeelden. Je autofocus zal vaak automatisch scherpstellen op bijvoorbeeld de reflectie in het glas van een raam. Als je handmatig scherpstelt kun je zelf bepalen of de voor- of achtergrond (vissen of mensen achter het raam) scherp moet worden.

Bij actiefotografie

Vaak gaat het mis met scherpstellen in de autofocus-modus als het onderwerp snel beweegt, zoals bijvoorbeeld bij sport- of actiefotografie. Moderne camera's hebben vaak wel de mogelijkheid om in de AI-Servo modus te fotograferen, waarbij het bewegende onderwerp gevolgd wordt. Maar ook dit gaat niet altijd goed.

Als je zeker wilt weten dat je het bewegend onderwerp (een auto, vogel of sporter bijvoorbeeld) scherp in beeld krijgt kun je vantevoren (handmatig) scherpstellen op de plek waar je onderwerp zal langskomen. Bijvoorbeeld op een paaltje. Ook bij panning werkt handmatige scherpstelling goed. Als het onderwerp op je afkomt of van je weg beweegt kun je juist weer beter de AI-Servo stand gebruiken.

scherpstellen

Bij landschapsfotografie

Landschapsfoto's moeten van begin tot eind scherp zijn. Als je autofocus ingeschakeld hebt zal de camera zelf zijn focuspunt zoeken. Als je handmatig scherpstelt op de zogenaamde hyperfocale afstand (dat is de scherpstelafstand met de grootste scherptediepte) krijg je alles scherp

scherpstellen

Bij macrofotografie

De beperkte scherptediepte bij macrofotografie vereist nauwkeurige scherpstelling. Bij gebruik van autofocus heeft het objectief soms de neiging op hol te slaan, vooral wanneer je uit de hand fotografeert. Een statief biedt enigszins uitkomst maar handmatige scherpstelling heeft toch vaak de voorkeur.

scherpstellen