Nu dat we alles goed in beeld hebben gebracht is er nog een belangrijke externe factor die de kwaliteit van het gefilmde materiaal heel erg kan beïnvloeden, namelijk de belichting.

Globaal onderscheiden we daglicht, TL-licht en kunstmatig licht. Voor onze normale perceptie is er weinig verschil aangezien onze hersenen zich onmiddellijk aanpassen aan deze verschillende lichtbronnen. Toch moeten we ons zeer goed realiseren dat deze bronnen op video een groot verschil in kleurzweem geven. Zo is daglicht blauwig , TL-licht groenig en kunstlicht rood van tint. We zeggen dat ze elk een eigen kleurtemperatuur hebben, respectievelijk 5600 K, 4100 K en 3200 K .



Ik geef ze hier weer als 3 losstaande kleuren. In feite is het meer een verloop, zoals het plaatje hierboven, en zijn het geen vaste kleurwaarden. De ene gloeilamp is warmer dan de ander, en een half uur later op de avond ziet er heel anders uit dan momenten daarvoor. Ook maakt het veel verschil in kleur of je direct zonlicht hebt, of in de schaduw staat. Schaduwen zijn meestal koeler.

Daarnaast hebben we nog het verloop van groen naar paars. Dit zijn kleuren waar we met de veranderende technologie op lichtgebied veel mee te maken hebben. TL licht kan namelijk soms nogal groen zijn. Ook Led lampen en halogeen kunnen een afwijking op de groen-paars schaal hebben. Dit is meestal iets wat je in de computer nog goed kan corrigeren.

Lees meer op: Videomakers

We moeten de camera ijken op het op de locatie aanwezige licht. In professionele termen zeggen we: we maken een witbalans, zodat alle witte elementen in het beeld ook werkelijk wit worden opgenomen zonder vervelende kleurzwemen. Meestal zijn camera’s uitgerust met een automatische witbalans. Echter, het nadeel hiervan is dat tijdens de opname, bijvoorbeeld tijdens een buitenopname de kleuren automatisch zullen veranderen, wat een zeer storend resultaat levert. Daarom is het aan te raden om de kleurinstelling handmatig uit te voeren voor de opname.

Je kan de witbalans ook zelf handmatig instellen door een wit vel papier onder het aanwezige licht te houden en het met de betreffende toets in te stellen (zie handleiding camera). Telkens je op een nieuwe locatie komt, waar een ander soort licht aanwezig is, moet de witbalans opnieuw ingesteld worden.

De lampen hebben wél een groot verschil zit tussen fotografie en film. Met fotografie wordt er namelijk veel gewerkt met flitslicht. Voor video maken heb je natuurlijk niks aan flitslicht. Flitslicht is een korte flits, voor video heb je continue licht nodig. Interessant om daarbij te overwegen, is dat je filmlampen dus wel altijd kunt gebruiken bij het fotograferen, maar flitsers niet bij het filmen! Mocht je beide willen doen, kun je dus het beste investeren in continue licht.

Bij gebruik van professionele lichtbronnen(spots) boots je de kleurtemperatuur 5500 Kelvin na, waarmee je topresultaten kan behalen. De kleurtemperaturen van boven 5000 Kelvin zijn vergelijkbaar met daglicht.

Soorten lampen

Er zijn ontzettend veel soorten lampen, en eindeloos veel manieren om die te gebruiken en combineren. Om dit artikel niet veel te lang te laten worden, ga ik hierbij in op de 3 meest voorkomende lampsoorten die je voor het filmen kan overwegen.

De cameralamp

Zoals de naam al doet vermoeden, is dit een lampje wat je op de camera schuift, meestal in de hotshoe adapter. Hartstikke handig als je filmt met de camera op de schouder of uit de hand. Meestal werken deze lampjes op accu, of kun je er penlites in stoppen.

Let wel op: je hebt ook varianten die je moet aansluiten op de stroomvoorziening van je camera. Die zijn over het algemeen voor de grotere en geavanceerdere camera’s. Voordeel daarvan is dat ze meestal lichter zijn in gewicht. Dit soort lampjes zijn in allerlei varianten te krijgen. De meest budgetvriendelijke lampen vind je in dit genre, hoewel je voor de professionelere versies natuurlijk wel een professionele prijs betaalt. Grootste nadeel bij dit type lamp is dat de lichtopbrengst vaak niet heel hoog is. Het is dus vooral effectief voor onderwerpen die vlak voor je camera staan.

De spotlight

De klassieke filmlampen waren altijd spots. Tegenwoordig zie je ze steeds minder, omdat andere type lampen goedkoper en makkelijker zijn. Over het algemeen moet je spots aansluiten op een stopcontact, hebben ze de kunstlicht kleur, worden ze gloeiend heet tijdens het filmen en gebruiken ze enorm veel stroom. Allemaal nadelen eigenlijk, dus waarom zou je daarvoor kiezen? Ik werk zelf bijna nooit meer met spots.

Het bekendste type spot waar ik filmmakers altijd mee zie lopen zijn de zogenaamde ‘redheads’. Kleine spots met een rode kop.

Daarnaast is het licht van een spot meestal vrij hard, en geeft diepe schaduwen. Ook gebruik je kleurfilters om de kleur van het licht te kunnen aanpassen op het omgevingslicht.

De led-lamp

Ledlicht heeft de afgelopen 10 jaar flink terrein veroverd bij de videomakers en is inmiddels verkrijgbaar in alle soorten en maten, van cameralamp, tot spot, tot grote daglichtlamp. Ik gebruik zelf graag dit type ledlamp (zie foto’s). Die ik naast de camera op statief zet om het onderwerp te belichten.

Persoonlijk houd ik ervan om een raam of ander daglicht achter mijn onderwerp in beeld te nemen, wat, zonder lamp, al snel leidt tot een te donker onderwerp. Om dat in te lichten gebruik ik dan deze lamp, zoals ik in onderstaande video voordoe!

 

Deze grote ledlampen hebben als voordeel dat het licht meestal heel zacht is, dat ze niet veel stroom gebruiken, en meestal ook dimbaar zijn en verstelbaar in kleur (van daglicht tot kunstlicht). Ook deze grote lampen hebben vaak de optie dat je ze met een accu kan gebruiken. Vaak gaat het dan om ‘v-lock’ accu’s.

Het opzetten van een goede belichting is een must!

Indien een tafereel eenvoudigweg door middel van één enkele lamp frontaalzou belicht worden dan zal het beeld daarvan maar weinig tekening vertonen en een vlakke indruk maken. Men kan dit vergelijken met het flits op een fototoestel.

Daarom zal het bij een doorsnee videoproductie volstaan om een beperkte doch degelijke belichtingsopstelling toe te passen, een zogenaamde driepuntsbelichting. Bij deze betrekkelijk simpele opstelling wordt gebruik gemaakt van drie lichtbronnen: Key Light, Fill Light, Back Light.

1. Het key light is de meest intense lichtbron die als hoofdlicht kan beschouwd worden. Het wordt lichtjes schuin voor het onderwerp (in een hoek van 30-45° t.o.v. de camera) en op een geringe hoogte (eveneens een hoek van 30-45°). Naarmate de horizontale (en verticale) hoek van het key light kleiner wordt (en dus meer frontaal t.o.v. het onderwerp zal komen) zal het modellerend effect van het licht afnemen (en vicaversa).

2. De functie van het fill light is om het invullicht die geworpen worden door het harde licht van het key light, bijvoorbeeld op een menselijk gelaat, te elimineren. De schaduwen zullen getemperd worden door het zachtere fill light aan de linkerzijde (ook 30 tot 45 graden) van de camera te positioneren.

Van belang is dat de intensiteit van het fill light in verhouding tot het key light staat en dat in principe niet in sterkte mag overtreffen, omdat anders het modellerend effect tenietgedaan wordt. Je mag dit licht niet ‘zien’, het dient enkel om de grote contrasten op het onderwerp te elimineren. De lichtsterkte van de fill light zetten we meestal wat zachter dan de key light, bijvoorbeeld met een filter of dimmer. Indien er sprake is van een groot contrast in intensiteit tussen key light en fill light spreken we van low key, bij een gering contrast spreken we van high key.

3. De functie van het back light (ook wel haarlicht genoemd) is om het onderwerp van de achtergrond te belichten. Dit zorgt er voor dat het onderwerp los van de achtergrond komt. De meest ideale plaats voor het back light is achter het onderwerp en wel zo dat geen licht van het back light voor of bovenop het onderwerp valt. Voor een back light wordt doorgaans hard licht gebruikt met een intensiteit die ongeveer de helft is van het key light.

Kleine alternatieve voor de thuisgebruiker

Als je zonlicht nu toch op een plaats wilt krijgen waar het van nature niet direct komt, dan kan je het licht ook reflecteren. Je kan hiervoor gewoon een groot wit vlak gebruiken. Wil je je gezicht uitlichten, dan kan je licht weerkaatsen met bijvoorbeeld een witte map. Of met een groot wit vel papier, bijvoorbeeld van een flipover.

Ringlampen zie je veel in bijvoorbeeld beauty tutorials, of andere video’s waarbij iemand recht voor de camera zit en ook recht in de camera spreekt. Je kan het als kijker ook zien als iemand een ring lamp gebruikt, als je goed kijkt. Je ziet het licht namelijk weerspiegeld in de ogen! Kijk maar eens goed naar de ogen in deze video.

Zie je de ringlamp? Het is het rondje dat je in de iris ziet. Een ring lamp zet je in principe om je camera lens heen, je zet hem niet los in de ruimte. Voordeel is dat het licht echt recht van voren komt! Je hebt bij deze lamp wel nog een statief nodig.

Een lampje die wij veel gebruiken, is deze Aladdin. Die heb je zeker al eens zien langskomen als je meer van onze blogs en video’s hebt bekeken! Ja, wat moet ik er nog meer over zeggen?! Hij is fantastisch Je kan het licht uit dit lampje dimmen, en je kan de kleur aanpassen aan je licht situatie. Dus zowel kunstlicht als natuurlijk licht kan hij prima aanvullen!

Ook andere lichte kleuren zullen licht in principe reflecteren, maar houd er rekening mee dat ze het licht ook kunnen kleuren. Een lichtgeel papier is dus niet geschikt! Houd er rekening mee dat witte muren ook reflecteren. Je kan er ook voor kiezen een reflectiescherm te kopen. Die zijn in principe helemaal niet duur en als je (binnen) met daglicht werkt kan het een goede investering zijn!